Zandvoort 30-08-'05
België 31-08-05
Frankrijk 31-08 - 11-09-'05
Spanje 11 - 23-09-'05
Marokko 23-09 - 10-10 / 08-03 - 08-06
West-Sahara  
Mauritanië 14 - 17-10-'05
Senegal 18-10 - 25-11-'05
Gambia 04-11 -10-11
Mali 26-11 - 18-12
Burkina Faso 19-12 -
Niger 25/26 - 31-12, 16-01 '06 - 18-02-'06 /
Benin 18-02 - 08-03-'06
Niger 10-06 - 26-06-'06
Tsjaad 06-06 - 30-06-'06
Kameroen 30-06 - 21-07-'06
Gabon 03-07 - 09-08-'06
Congo 23-07 - 09-08'06
DRC  
Angola 09-08 -
Namibië 09 -
Zambia  
Botswana  
Namibië 09 -
Zuid Afrika 02-11 - 13-4-'07
Mozambique 13-04 - 28-4-'07
Malawi 28-4-'07 - 16-05-'07
Tanzania 16-05 - 14-06-'07
Kenya 14-06 - 03-07-'07
Ethiopië 03-07 - 18-07-'07
Djibouti  
Soedan 18-07-'07 -
Egypte  
Libië  
Tunesië  
Niamey, 9 juni 2006
   
 

Wauw, wat heftig. De eerste paar dagen terug in Niger vallen toch iets zwaarder dan verwacht. We wisten natuurlijk wat ons stond te wachten met het terugkeren naar het armste land van Afrika. Maar de overgang is toch wel erg groot.

Met een overdaad aan tassen, rugzakken, camera's, computers en dozen zijn wij afgelopen woensdagochtend, na een voorspoedige vlucht geland. Bij de aankomst op het vliegveld merk je gelijk dat je weer een Afrikaans land probeert binnen te komen. De paspoorten moeten wij achterlaten en kunnen wij de volgende dag bij het DST ( Direction de Surveillance du Territoire) met visum ophalen. Wij staan natuurlijk weer in de verkeerde rij, met een Amerikaan die geen Frans spreekt en een douanebeambte die steeds norser en norser wordt.

Vervolgens worden we door tien man besprongen die willen helpen met de bagage.

In de taxi op weg naar het huis van de Ascani's worden we geconfronteerd met de verschrikkelijke hitte. Het is drieëndertig graden en de zon is nog niet op. Dat belooft wat voor overdag. Na een geluidloze klimpartij over het hek (Maurice had vergeten de poort van het slot te halen) kunnen wij voorzichtig ons tijdelijk huisje betreden. Hoewel de ventilator aanstaat is het bloedheet in het huis. Als we op bed gaan liggen is er een moment van zwaar ongenoegen. Het laken is warm, de kussens zijn warm. Alles is warm, vochtig en vies klam. Toch vallen we in slaap en worden rond het middaguur wakker. De begroeting van de Ascani's en de vier honden is hartelijk. Alsof we niet zijn weggeweest. Maar dan krijgen we verschrikkelijk nieuws te horen; Maman Korey, onze gids en vriend tijdens onze reis door de woestijn, is overleden. Na een ziektebed van drie weken zonder de juiste medische hulp is hij gestorven aan meningitis. Hoewel we Maman niet lang hebben gekend zijn we behoorlijk uit het veld geslagen. Maman was een uniek iemand!

Ondanks de verlammende hitte (veertig graden in de schaduw) gaan Peter en ik die middag aan de slag met de auto. De spullen worden van het dak gehaald en we moeten een band verwisselen. Het water gutst in liters van ons lichaam maar we zijn trots op onszelf. De hitte zal ons er niet onder krijgen. Die avond drinken we een biertje bij het Grand Hotel. Het uitzicht is bedroevend; de rivier staat bijna droog. Er is nog veel te weinig regen gevallen voor de tijd van het jaar. Gelukkig begint het regenseizoen en heeft het de laatste avonden geregend, maar de hoeveelheid neerslag is bij lange na niet voldoende. Alleen in het midden van de rivier is er nog een miezerig stroompje water.

Donderdagmiddag besteden wij aan het ophalen van ons paspoort met visum. Op de Afrikaanse manier; de beloofde tien minuten worden een half uur, een uur en uiteindelijk zijn wij pas na anderhalf uur in het blije bezit van de waardevolle documenten. Mijn weer verwesterde inslag ziet deze keer niet de charme hiervan in. Sterker nog, iedere minuut van de wachttijd besteed ik aan het ergeren aan de smerigheid in het kantoor, het geschreeuw van de ambtenaren onderling en het gedrang van de mensen voor de loketjes. Privacy of Ďeigen ruimte' is een onbekend begrip in Afrika. De opvatting dat degene die aan de beurt is in rust zijn zaken kan afhandelen en de rest zijn beurt afwacht (of dat nu gaat om bankzaken of een visum regelen) bestaat niet. Nee, met drie of vier man tegelijkertijd staan ze te dringen aan het loket en ondertussen duwen, drukken en schuiven ze hun documenten met dramatische gebaren heen en weer. Natuurlijk moet hier hard bij worden geschreeuwd, want wie het hardst schreeuwt heeft de grootste kans te worden geholpen. Netjes op je beurt wachten geldt hier als domme beleefdheid. Het regelen van de autoverzekering gaat gelukkig sneller. We nemen een verzekering voor twee maanden omdat de landen die wij daarna gaan bezoeken niet meer in deze regio vallen. Ik moet weer wennen aan Niamey. Het lijkt alsof alleen de negatieve dingen mij opvallen. De straten zijn vies, smerig en stinken. Als we langs de markt rijden kan ik me niet voorstellen hier ooit nog groente of fruit te kopen. De armoede van de mensen is verschrikkelijk. Het wemelt van bedelende mannen, vrouwen en kinderen. Een blinde oude man wordt geleid door een jongetje en komt bij ons om geld vragen. In de korte tijd dat Peter zijn portemonnee pakt staan er zes tot zeven bedelaars rondom de taxi. Boven de stad hangt een benevelende grauwe grijze wolk en in combinatie met de hoge vochtigheidsgraad voelt het verstikkend. De stad ligt verscholen onder een dikke laag stof en het voelt alsof je geen adem kunt halen. Als we met de taxi naar huis rijden krijg ik een melancholisch gevoel. Ik verlang terug naar Marokko. Ik vraag mezelf af waarom ik deze reis wil maken. Afzien in hitte en toerist spelen in arme landen. Continu gekweld worden door trieste beelden van hongerende mensen en eng magere dieren. Steeds geconfronteerd worden met problemen waarvoor geen oplossingen lijken te bestaan. Onderworpen zijn aan een bureaucratie waar mensen met een beetje macht respectloos met anderen omgaan. Op geen enkele manier voel ik de romantiek die bij onze reis hoort. Of de spanning en het avontuur waarmee we vorig jaar september van start zijn gegaan. Ik zie ertegenop om verder te reizen. De gedachte aan de corrupte landen die wij gaan bezoeken geven mij een vermoeiend gevoel. Alles voelt zwaar en deprimerend.

Maar dan is het de hoogste tijd om een rondje te rijden met ons blokkenmonster. Na drie maanden in huurauto's te hebben rondgescheurd bestijgen wij onze eigen tank. En gelukkig, het voelt als thuis. Dit is ons huis, onze wereld in de wereld. Het blokkenmonster dat ons overal naartoe brengt. De grote zandkleurige kameleon die zich aan iedere omgeving aanpast en nu trots boven alle andere voertuigen uitstijgt. Mijn ergernissen en irritaties zakken snel naar de achtergrond. En ik voel weer een beetje waarom ik dit graag wil doen.

Deze morgen kijken wij samen naar de mogelijk te rijden routes. De vraag is nog of we door Tsjaad of door Nigeria naar Kameroen rijden. Via Nigeria is sneller en via geasfalteerde wegen. Maar dat gedeelte staat ook bekend om de wegblokkades; corrupte politie en militairen. Via Tsjaad rijden we 800 kilometer om over onverharde wegen. En het is niet duidelijk of het daar veilig genoeg is. Voordeel van Tsjaad is dat we in de hoofdstad N'djamena een visum voor Kameroen kunnen halen. Als we door Nigeria rijden moeten we hopen dat we bij de grens een visum kunnen kopen (voordeel van een corrupt land is dat waarschijnlijk alles te regelen valt).

Deze dagen moeten we alles regelen voor de reis. De auto moet nog een keer goed worden nagekeken en vervolgens worden ingepakt. De route moet veilig genoeg voelen, een visum moet worden gehaald voor Tsjaad of Nigeria en dan hopen we donderdag te vertrekken. Morgen gaan we met de auto voor een testrit naar een park zestig kilometer verderop waar nog een paar giraffen zijn. Een reisdagje, en met een beetje mazzel kom ik weer helemaal terug in het avontuurlijke en romantische gevoel dat bij reizen hoort.

   
Niger
Kerstdagen in Niamey
 
Niger, onze eerste kennismaking met het land
 
Agadez
 
Niamey
 
Vertraging